
|
What is ‘De Delftse Methode’?
People from various countries and cultures, with different educational backgrounds, are keen to quickly learn how to speak Dutch well. Most Singaporeans prefer to learn Dutch while guided by a professional and experienced native Dutch Language Teacher. The central notion underlying The Delftse Methode is the idea that second language learning does not need to be very difficult; it just involves a lot of work. The Dutch for Foreigners ('green book') is the best-known component of the Delftse methode. We are using these teaching aids, which are developed in the early eighties by lecturers at Delft University of Technology. It turned out to be very successful. The textbook was recently completely revised for the third time and various parts were added for non-native speakers with different educational backgrounds. What really characterises the method is its simplicity and clarity. It is based upon the following didactic principles: (please click here to view the next page) |


|
To your success ! |
|
‘Haring-happen’: these Dutch girls, dressed in traditional costume, are enjoying a famous Dutch delicacy: herring |
|
Many people make mistakes with regard to the gender of Dutch words:
do you need to put ‘het’ or ‘de’ in front of a Dutch noun?
Basically, there are only a few rules available. Please find them below. But for the majority of Dutch words, you simply need to learn by heart (or learn from experience) whether a Dutch noun has the gender ‘de’ or ‘het’. Yes, it’s just like that. Sorry for the inconvenience caused...
But… we can make your life a little easier. Just remember that all plural nouns in Dutch are ’de’ and all diminutives (small things) are ‘het’ words. (That is — of course — already a very big group of nouns.)
Furthermore, all professions are ‘de’ nouns. There you go!
For the rest, just use this web page as your reference. Here is a handy overview of (most commonly used) ‘HET’-words:
(There are much lesser ‘HET’ words than ‘DE’ words in the Dutch language. If the word you would like to use is not listed below, it is most certain that the gender is ‘DE’.)
You can use this web page as a reference to check if a specific noun is a ‘het’ noun or not.
Use CTRL-F to look up words from here.
Het-words beginning with ‘A’.
A4’tje, aanbod, aandeel, aandenken, aangiftebiljet*, aanknopingspunt*, aanplakbiljet*, aanslagbiljet*, aantal, aanzoek, aardewerk*, aardgas*, aardigheidje, aas, abattoir, abces, abonnement, accent, achterhoofd*, achterkleinkind*, achterwerk*, adres, advies, afdak, affiche, afhaalrestaurant*, afscheid, afschrift, afstapje, afval, afweersysteem*, akkoord, alarm, album, alfabet, alibi, altaar, alternatief, aluminium, ambacht, ambt, amusement, anker, antibioticum, antiek, antwoord, antwoordapparaat*, antwoordnummer*, apenstaartje*, apparaat, appartement, appartementsgebouw*, applaus, aquaduct, aquarium, Arabisch, arbeidsloon*, archief, argument, aroma, arrangement, arrest, arrondissement, artikel, asbest, asfalt, asiel, asielzoekerscentrum*, aspect, assortiment, atelier, atoom, atoomwapen*, attribuut, autokerkhof*, automatisme, avondeten*, avondmaal*, avontuur, avontuurtje.
Het-words beginning with ‘B’.
bad, badlaken*, badpak*, badzout*, bakbeest, baken, bal (dansfeest), balkon, ballet, bankbiljet*, banket, bankroet, bankstel*, bataljon, bed, bedankje, bedieningspaneel*, bedrag, bedrijf, bedrijfsleven*, bedrog, beeld, beeldhouwwerk*, beeldscherm*, been, beest, beetje, begin, beginsel, begrip, behang, beheer, behoud, bejaardenhuis*, bekken, belang, belastingstelsel*, beleg , beleggingsfonds*, beleid, beletsel, beltegoed*, benedenhuis*, benzinestation*, beraad, bereik, bericht, beroep, beroepsgeheim*, berouw, besef, beslag, besluit, bestaan, bestaansrecht*, bestand, bestanddeel*, bestek, bestel, bestemmingsplan*, bestrijdingsmiddel*, bestuur, bestuurslid*, bestuursrecht*, beton, betoog, bevel, bevolkingsregister*, bewijs, bewijsmateriaal*, bewind, bewustzijn, bezit, bezoek, bezwaar, bezwaarschrift*, bier, bijbaantje*, bijgebouw*, bijwoord*, biljart, biljet, binnenland*, binnenpretje*, binnenwerk*, bisdom, blad, bladerdeeg*, blik (materiaalwoord), blikje, bloed, bloedbad*, bloedkoraal*, bloedvat*, bloemencorso*, bloemetje, bloemstuk*, blok, board, bod, boeddhisme, boegbeeld*, boek, boeket, boekjaar*, bollenveld*, bolletje, bolwerk, bombardement, bondgenootschap*, bont, booreiland*, bord, bordeel, bordes, bos, bot, bouwjaar*, bouwwerk*, bovenhuis*, braaksel, braille, breekijzer*, breekpunt*, brein, briefhoofd*, broeikaseffect*, broertje, brokstuk*, brons, bronwater*, brood, broodje, brouwsel, bruidsmeisje*, bruidspaar*, bruto-inkomen*, bubbelbad*, budget, buffet, buitenbeentje, buitenhuis*, buitenland*, buitenspel*, buitenverblijf*, bulletin, bungalowpark*, bureau, busstation*, butagas*, buurland*, buurthuis*.
Het-words beginning with ‘C’.
cabaret, cadeau, café, calvinisme, cardiogram, carillon, carnaval, casco, casino, CBS, CDA, celibaat, cellofaan, cement, centrum, certificaat, chalet, chauvinisme, chloor, chocolaatje, christendom, chroom, cijfer, circuit, circus, citaat, cliché, CNV, COC, colbert, collectief, college, coma, comfort, comité, commando, commentaar, communisme, complex, compliment, complot, compromis, computerprogramma*, concentratiekamp*, concept, concern, concert, concours, condoom, conflict, congres, conservatisme, conservatorium, consulaat, consult, consultatiebureau*, contact, containerpark*, continent, contract, contrast, convenant, couplet, credit, crematorium, criterium, curriculum vitae, cv, CWI.
Het-words beginning with ‘D’.
dagblad*, dagboek*, daglicht*, dagverblijf*, dak, dal, dansgezelschap*, dashboard*, debacle, debat, debet, debuut, decennium, decor, decreet, deeg, deel, deelwoord*, defect, dek, dekbed*, delict, denkbeeld*, departement, depot, design, dessert, dessin, detail, devies, diagram, dialect, dictaat, dictee, dieet, dienblad*, dienstverband*, dieptepunt*, dier, dilemma, diner, ding, diploma, district, dividend, DNA, document, dodental, doel, doeleinde*, doelpunt*, doelwit, doktersvoorschrift*, domein, donker, donorcodicil, dons, doodshoofd*, doodvonnis*, doorzettingsvermogen*, dorp, dossier, dozijn, draagvlak, draaiboek*, draaiorgel*, drama, drankje, dreigement, drietal, drinken, drinkwater*, drukwerk*, drumstel, duet, duin, duister, Duits, duo, duplicaat, dynamiet.
Het-words beginning with ‘E’.
echtpaar*, eczeem, eelt, eenoudergezin*, eerbetoon, effect, ego, egoïsme, ei, eigeel*, eigenbelang*, eigendom, eiland, einde, eindexamen*, eiwit*, EK, elan, elastiek, elastiekje, electoraat, elektriciteitsbedrijf*, element, elftal, embargo, embleem, embryo, energiebedrijf*, engagement, Engels, enkeltje, enkelvoud, ensemble, entertainment, enthousiasme, equivalent, erfgoed, erfrecht*, erts, essay, eten, etentje, etiket, etmaal, euvel, evangelie, evenbeeld, evenement, evenwicht, examen, exces, excuus, exemplaar, experiment, explosief, extraatje, ezelsbruggetje*.
Het-words beginning with ‘F’.
facet, faillissement, familielid*, fascisme, fatsoen, feest, feit, feminisme, fenomeen, festijn, festival, fiasco, fietspad*, figuur, filiaal, filmhuis*, financieringstekort*, flatgebouw*, flensje, fluweel, foefje, fonds, fonteintje, formaat, formulier, fornuis, fort, fortuin, forum, fosfaat, fossiel, fotomodel*, fototoestel*, fragment, frame, Frans, front, fruit, fundament, fundamentalisme.
Het-words beginning with ‘G’.
gaas, gala, ganzenbord*, garen, gas, gasmasker*, gat, gazon, gebaar, gebak, gebakje, gebed, gebergte, gebeuren, gebied, gebit, gebod, geboortejaar*, geboortekaartje*, geboorteland*, gebouw, gebrek, gebruik, gedachtegoed, gedeelte, gedicht, geding, gedoe, gedoogbeleid*, gedrag, gedrang, gedrocht, geduld, gegeven, gehakt, gehalte, geharrewar, geheel, geheim, gehemelte, geheugen, gehoor, gehucht, geintje, gejuich, gekkenhuis*, gekkenwerk*, gelaat, gelach, geld, gelijkspel*, geloof, geluid, geluk, gemaal, gemak, gemeengoed, gemeentebestuur*, gemeentehuis*, gemiddelde, gemis, gemoed, gen, geneesmiddel*, genie, genoegen, genootschap, genot, genotmiddel*, genre, geraamte, gerecht, gerechtshof*, gereedschap, gerei, geroezemoes, gerucht, geschenk, geschil, geschrift, geschut, geslacht, geslachtsdeel*, geslachtsorgaan*, gesprek, gesteente, getal, getij, getto, getuigschrift*, gevaar, gevaarte, geval, gevecht, gevoel, gevogelte, gevolg, gewaad, gewas, geweer, gewei, geweld, gewelf, gewest, geweten, gewicht, gewricht, gezag, gezang, gezegde, gezelschap, gezeur, gezicht, gezichtspunt*, gezichtsveld*, gezichtsverlies*, gezichtsvermogen*, gezin, gezwel, gft-afval*, gietijzer*, gif, gips, glaasje, glas, glas-in-lood (materiaalwoord), glazuur, gordijn, goud, graan, graf, grapje, gras, gravel, Grieks, grind, groepsverband*, grondbeginsel*, grondgebied*, grondrecht*, grondwater*, gros.
Het-words beginning with ‘H’.
haakje, haar, haarscheurtje*, handboek*, handelsmerk*, handgemeen, handschrift*, handvat, handwerk*, hapje, hardboard*, harnas, hart, hartinfarct*, heelal, heenkomen, heft, heiligdom, hek, hemd, hengsel, herenhuis*, herexamen*, hergebruik, herstel, hert, hiernamaals, hindoeïsme, hiv, hof, hogedrukgebied*, hok, hol, hongerloon*, honorarium, hoofd, hoofdgerecht*, hoofdkussen*, hoofdkwartier*, hoofdstuk*, hooggebergte*, hoogseizoen*, hoogstandje, hoogtepunt*, hooi, hoorspel*, horloge, hormoon, hospitaal, hotel, hout, huis, huisarrest*, huisdier*, huishouden, huismerk*, huismiddel*, huisnummer*, huisraad, huisvuil*, huiswerk*, hulpmiddel*, humanisme, humeur, hunebed, huurcontract*, huurhuis*, huwelijk.
Het-words beginning with ‘I’.
ideaal, idealisme, idee, identiteitsbewijs*, idioom, idool, ijs, ijsblokje*, ijsje, ijzer, imago, imperium, in memoriam, incident, individu, individualisme, industrieterrein*, infarct, infuus, ingrediënt, initiatief, inkomen, innerlijk, insect, insecticide, insigne, instinct, instituut, instrument, intakegesprek*, intellect, interieur, intermezzo, internaat, internet, interview, inzicht, IQ, isolement, item.
Het-words beginning with ‘J’.
jaar, jaargetijde, jaartal, jaarverslag*, jacht, jack, jacquet, jargon, jasje, jochie, jodendom, jodium, jong, jongerenwerk*, jongetje, jonkie, journaal, jubileum, jukbeen*, jurylid*, juweel.
Het-words beginning with ‘K’.
kaartje, kabaal, kabelslot*, kabinet, kadaver, kader, kadetje, kalf, kaliber, kamerlid*, kamp, kampioenschap, kampvuur*, kanaal, kanon, kansspel*, kantongerecht, kantoor, kapitaal, kapitalisme, kapje, kapsel, karakter, karkas, kartel, karton, karwei, kasteel, katoen, keerpunt*, kengetal*, kenmerk*, kenteken, kentekenbewijs*, kerkhof*, kernwapen*, keurmerk*, keurslijf, keyboard*, kiesrecht*, kind, kinderdagverblijf*, kippenvel*, klankbord*, klassement, klavecimbel, klaverblad*, kledingstuk*, kleed, kleingeld*, kleinigheidje, kleinkind*, kleintje, kleurtje, klimaat, klittenband*, klokhuis*, klooster, knaagdier*, knäckebröd, knelpunt*, kneusje, KNMI, knooppunt*, koekje, ’t kofschip*, kokos, kompas, konijn, koningshuis*, koninkrijk*, konvooi, kookboek*, koolzuur, koopcontract*, koopje, koor, koord, koper (materiaalwoord), kopje, koppel, koppelteken*, kopstuk, koraal, koren, korps, korset, kosthuis*, kostuum, kozijn, kraakpand*, kraambezoek*, krediet, kreng, krentenbrood*, krijt, krijt, krijtje, kristal, kroeshaar*, kroos, kroost, krot, kruid, kruis, kruispunt*, kruisverhoor*, kruiswoordraadsel*, kruit, kuddedier*, kuiken, kunstgebit*, kunstje, kunststuk*, kunstwerk*, kussen, kwaad, kwadraat, kwart, kwartaal, kwartet, kwartier, kwik.
Het-words beginning with ‘L’.
lab, laboratorium, labyrint, lachertje, lagedrukgebied*, laken, lam, land, landgoed, landhuis*, landklimaat*, landschap, lapmiddel*, Latijn, lawaai, ledikant, leed, leedvermaak*, leer (materiaalwoord), leermiddel*, leesteken*, leger, legioen, leiderschap, lek, lekkerbekje, lekkers, letsel, leven, levensgevaar*, levenslied*, levensverhaal*, levenswerk*, liberalisme, lichaam, lichaamsdeel*, licht, lichtnet*, lid, lidmaatschap, lidwoord*, lied, liedje, liefje, lieveheersbeestje*, lijf, lijk, linnen, linnengoed, lint, lintje, litteken*, logboek*, logo, lokaal, loket, lokkertje, lolletje, lood, loon, losgeld*, lot, lpg, luchtbed*, luchtkasteel*, luchtruim, luik, lustrum.
Het-words beginning with ‘M’.
maagdenvlies*, maagzuur*, maal (maaltijd), maandblad*, maandverband*, maanzaad*, madeliefje, magazijn, magazine, mailtje, management, manco, mandaat, manifest, mankement, mannetje, mantelpak*, manuscript, marktaandeel*, marmer, marxisme, masker, materiaal, materialisme, materieel, matglas*, maximum, mechanisme, medaillon, medeleven, medelijden, medicament, medicijn, medium, meel, meer, meervoud, meesterwerk*, meisje, meldpunt*, melkgebit*, melodrama, mengsel, meningsverschil*, mens (vrouw), menu, merendeel, merg, merk, mes, metaal, meubilair, middel, middelpunt*, midden, middenrif, milieu, militarisme, millennium, minderwaardigheids-complex*, mineraal, mineraalwater*, minimum, minimumloon*, ministerie, minpunt*, minteken*, mirakel, misbruik, misdrijf, misverstand, mobieltje, model, moeras, moment, mondstuk*, monopolie, monster, montuur, monument, moreel, mortuarium, mos, motel, motief, motorrijtuig*, motto, muntstuk*, museum, muziekinstrument*, mysterie.
Het-words beginning with ‘N’.
naamwoord*, nachtslot*, nadeel, nagerecht*, nageslacht*, najaar*, nakomertje, NAP, naschrift*, naslagwerk*, nationaal-socialisme*, nationalisme, natuurgebied*, natuurmonument*, natuurreservaat*, natuurtalent*, natuurverschijnsel*, nawoord*, Nederlands, negatief, neonlicht*, nest, net, netnummer*, netto-inkomen*, netvlies*, netwerk*, nichtje, nieuwjaar*, nieuws, nieuwtje, nijlpaard*, nikkel, niveau, noodgeval*, noodlot*, noodweer*, noorden, nummer, nummerbord*, nut, nutsbedrijf*, nylon.
Het-words beginning with ‘O’.
object, obstakel, octrooi, oerwoud*, oeuvre, offensief, offer, Offerfeest*, ogenblik, OM, omhulsel, ommetje, onbegrip, onbehagen, onderbewustzijn, onderdak, onderdeel*, ondergoed, onderhoud, onderkomen, onderonsje, onderpand, onderscheid, onderwerp, onderwijs, onderzoek, ongedierte, ongelijk, ongeluk, ongemak, ongenoegen, ongeval, onheil, onkruid, onrecht, ontbijt, onthaal, ontslag, ontwerp, ontwikkelingsland*, ontzag, onvermogen, onweer, oog, ooglid*, oogpunt*, oor, oord, oordeel, Oostblok*, oosten, oponthoud, opperhoofd*, oppervlak, opportunisme, opschrift*, opstapje, opstel, opstootje, optimisme, optreden, opus, opvangcentrum*, opzicht, Oranjehuis*, orgaan, organisme, orgasme, orgel, origineel, orkest, ouderschapsverlof*, overblijfsel, overgewicht*, overhemd*, overleg, overschot, overschrijvingsformulier*, overspel, overwerk*, overwicht, overzicht*.
Het-words beginning with ‘P’.
paadje, paar, paard, paasei*, pacifisme, pact, pad, pak, pakhuis*, pakje, pakket, paleis, pamflet, pand, paneel, paneermeel*, panel, panorama, pantser, papier, paradijs, parcours, pardon, parelmoer, parfum, park, parkeerterrein*, parket, parlement, paspoort, patent, patroon, paviljoen, peil, peloton, penseel, pensioen, pensioenfonds*, pension, perceel, percentage, perk, perron, persbericht*, persbureau*, personeel, personeelslid*, persoonsnummer*, perspectief, pessimisme, petekind*, pied-à-terre, piepschuim, pigment, pincet, pistool , plaatje, plafond, plagiaat, plakband*, plakboek*, plakkaat, plan, planetarium, plantsoen, plasma, plastic, plateau, platform, platina, platteland*, pleegkind*, pleidooi, plein, plexiglas*, plezier, plichtsbesef*, plichtsgevoel*, pluimvee*, pluspunt*, plusteken*, podium, poesiealbum*, poffertje, politiebureau*, polyester, porselein, portaal, portier (deur), portret, postkantoor*, postuur, potje, potlood, praatje, precedent, predicaat, prentenboek*, preparaat, pretpark*, prikbord*, prikkeldraad*, principe, privilege, probleem, procedé, procent, procentteken*, proces, procesverbaal, product, proefdier*, proefkonijn*, proefschrift*, proefwerk*, profiel, programma, project, projectiel, protest, protocol, prototype, proza, pseudoniem, publiek, puin, punt (plaats), pvc.
Het-words beginning with ‘Q’.
quatre-mains.
Het-words beginning with ‘R’.
raadhuis*, raadsel, raadslid*, raam, racisme, racket, raderwerk*, rantsoen, rapport, ras, raster, ravijn, rayon, realisme, recept, reces, recht, record, reçu, referendum, refrein, regeerakkoord*, regenwoud*, regime, register, reglement, reisbureau*, rek, relaas, reliëf, rendement, rendier, repertoire, reptiel, reservaat, reservoir, respect, restant, restaurant, resultaat, retourtje, riet, rijbewijs*, rijk, Rijk, rijm, rijtuig, rijwiel*, riool, risico, ritme, ritueel, roer, roet, rollenspel*, rolluik*, rondje, roodborstje, roofdier*, rookvlees*, rooster, rouwcentrum*, rubber, ruggenmerg*, ruimtevaartuig*, rumoer, rund, rundvlees*, rusthuis*, rustpunt*.
Het-words beginning with ‘S’.
sacrament, salaris, saldo, samenlevingscontract*, samenspel*, sanitair, sap, sarcasme, satijn, scala, scenario, schaakspel*, schaakstuk*, schaaldier*, schaamhaar*, schaap, schandaal, schap, scharnier, scharrelei*, scheldwoord*, schema, scherm, schiereiland*, schijnsel, schild, schilderij, schip, schoeisel, schoolbord*, schoolgeld*, schooljaar*, schoolplein*, schot, schoteltje, schouderblad*, schouderklopje*, schouwspel*, schrift, schrijven, schrikbeeld*, schrikdraad*, schrikkeljaar*, schroot, schuim, schuimplastic*, schuimrubber*, schuldgevoel*, schuurpapier*, script, secretariaat, segment, sein, seizoen, seksisme, semester, sentiment, servet, servies, shirt, sieraad, signaal, signalement, silhouet, sjekkie, skateboard*, skelet, slaapmutsje*, slachthuis*, slachtoffer*, slagveld*, slagwerk*, sleutelbeen*, slib, slijk, slijm, slippertje, slot, smaakje, smartengeld*, smeergeld*, smsje, snaarinstrument*, sneeuwklokje*, snelverkeer*, snoepgoed, snoepje, snoepreisje*, snoer, snufje, sodawater*, solarium, sollicitatiegesprek*, sop, SOS, souterrain, souvenir, Spaans, spaargeld*, spandoek*, spatbord*, specialisme, spectrum, speeksel, speelgoed, speelplein*, spek, spektakel, spel, sperma, spiegelbeeld*, spiegelschrift*, spijkerschrift*, spinnenweb*, spiraaltje, spit, spitsuur*, spoedgeval*, spook, spookhuis*, spoor, spoorboekje*, sportveld*, spraakgebrek*, spreekuur*, spreekwoord*, springtouw*, sprookje, spuug, staal, staaltje, staartbeen*, staartstuk*, staatsbedrijf*, staatsbezoek*, Staatsbosbeheer*, staatsgeheim*, staatshoofd*, staatsiebezoek*, stadhuis*, stadion, stadium, stalletje, stamcafé*, standaardwerk*, standbeeld*, standje, standpunt*, statement, statiegeld*, station, statuut, steen (materiaalwoord), stel, stelletje, stelsel, stembureau*, stempel, stemrecht*, sterfbed*, sterfgeval*, sterrenbeeld*, sterretje, stiefkind*, stilleven*, stinkdier*, stof (zeer kleine, droge deeltjes), stokbrood*, stokpaardje*, stopcontact*, stoplicht*, stopwoord*, strafblad*, strafpunt*, strafrecht*, stramien, strand, streekvervoer*, streven, strijkinstrument*, stro, strottenhoofd*, struikelblok*, struikgewas*, studentenhuis*, studiehuis*, stuk, stukloon, stukwerk, stuur, substituut, succes, Suikerfeest*, supplement, surrogaat, sweatshirt*, symbool, symposium, symptoom, syndroom, synoniem, systeem.
Het-words beginning with ‘T’.
taalgebruik*, taboe, tafelkleed*, tafereel, talent, tandrad*, tandvlees*, tandwiel*, tankstation*, tapijt, tarief, team, teamwork, tegendeel, tegengif*, tegenwicht, tegoed, tehuis, teken, tekort, telefoongesprek*, telefoonnummer*, telefoontje, televisieprogramma*, telraam, telwoord*, temperament, tempo, tentamen, tenue, terrarium, terras, terrein, territorium, terrorisme, testament, testbeeld*, teveel, textiel, theater, theeblad*, thema, ticket, tij, tijdperk, tijdschrift*, tijdstip, tijdvak*, tin, toegangsbewijs*, toerisme, toernooi, toestel, toetje, toetsenbord*, toeval, toezicht, toilet, toiletpapier*, toneel, toneelstuk*, toonbeeld*, topje, toppunt*, totaal, touw, traangas*, traject, transport, trauma, trefwoord*, trema, tribunaal, trio, triplex, trottoir, T-shirt*, tuig, tumult, Turks, tussendoortje, tweetal, type.
Het-words beginning with ‘U’.
uiteinde, uiterlijk, uiterste, uitgangspunt*, uithangbord*, uithoudingsvermogen*, uitje, uitlaatgas*, uitroepteken*, uitschot, uitsluitsel, uitstapje, uitstel, uitstrijkje, uittreksel, uitvloeisel, uitzendbureau*, uitzendwerk*, uitzicht, ultimatum, uniform, universum, uranium, urinoir, uur, uurwerk*.
Het-words beginning with ‘V’.
vaandel, vaartuig, vaccin, vaderland*, vak, vakantiegeld*, vakblad*, vakgebied*, vakwerk*, vandalisme, varken, vasteland*, vastgoed, vastrecht, vat, vee, veelvoud, veen, veer (pont), vehikel, vel, veld, veldwerk*, venijn, venster, ventiel, verband, verblijf, verbod, verbond, verdrag, verdriet, vereiste, vergeet-mij-nietje, vergezicht*, vergiet, vergif, vergrijp, verhaal, verhoor, verkeer, verkeersbord*, verkeerslicht*, verlangen , verleden, verlengde, verlies, verlof, verloop, vermaak, vermoeden, vermogen, verpleeghuis*, verraad, vers, verschijnsel, verschil, versiersel, verslag, verstand, vertier, vertoon, vertrek, vertrouwen, verval, vervoer, vervoermiddel*, vervolg, verweer, verwijt, verzet, verzetje, verzinsel, verzoek, verzorgingshuis*, vest, vet, veto, veulen, viaduct, vierkant, vignet, vilt, viltje, vinyl, viooltje, virus, visioen, visitekaartje*, visum , vizier, Vlaams, vlees, vleugje, vliegtuig, vliegveld*, vlies, vlot, vocabulaire, vocht, vod, voedsel, voegwoord*, voer, voertuig, voetlicht*, voetpad*, voetspoor*, voetstuk*, volk, volkslied*, volume, vonnis, voorafje, voorbeeld, voorbehoedmiddel*, voorbehoud, voordeel, voorgerecht*, voorgeslacht*, voorgevoel*, voorhoofd*, voorjaar*, voorkomen, voornaamwoord*, voornemen, vooroordeel*, voorrecht, voorschot, voorschrift, voorspel, voorstel, voortbestaan, voorteken, vooruitzicht, voorval, voorwendsel, voorwerp, voorwoord*, voorzetsel, vormsel, vorstenhuis*, vraaggesprek*, vraagstuk*, vraagteken*, vredesakkoord*, vrijwilligerswerk*, vrouwtje, vruchtensap*, vruchtvlees*, vruchtwater*, vuil, vuur, vuurwapen*, vuurwerk*.
Het-words beginning with ‘W’.
waas, wachtgeld*, wachtwoord*, waddeneiland*, wanbeleid, wangedrag, wantrouwen, wapen, warenhuis*, wasgoed, washandje, water, watermerk*, waxinelichtje*, web, weefsel, weekblad*, weekdier*, weekend, weer, weerbericht*, weerlicht, weerwoord*, weerzien, wegdek*, wegwerpartikel*, weiland*, welkom, welzijn, welzijnswerk*, werelddeel*, wereldkampioenschap*, wereldrecord*, wereldwonder*, werk, werkje, werkstuk*, werktuig, werkwoord*, westen, wetboek*, wetsontwerp*, wetsvoorstel*, wezen, wiel, wier, wijf, wijfje, wild, winkelcentrum*, wisselgeld*, WK, wonder, wonderkind*, woonerf*, woonhuis*, woord, woordenboek*, woud, wrak.
Het-words beginning with ‘X’.
none.
Het-words beginning with ‘Y’.
none.
Het-words beginning with ‘Z’.
zaad, zaadje, zaagsel, zadel, zakgeld*, zakmes*, zand, zeeklimaat*, zeepaardje*, zeil, zelfportret*, zelfvertrouwen*, zenuwgas*, zicht, ziekbed*, ziekenhuis*, ziektebeeld*, ziekteverzuim*, zijspoor*, zilver, zilverpapier*, zink, zinsdeel*, zintuig, zitje, zoeklicht*, zoetje, zonlicht*, zonnepaneel*, zonnescherm*, zoogdier*, zootje, zorgenkind*, zout, zoutje, zuiden, zusje, zuur, zuurtje, zwaailicht*, zwaard, zwaartepunt*, zwangerschapsverlof*, zweet, zwembad*, zwemvest*, zwijn.
|
|
P |
|
D |
|
L |
|
C |
|
S |
|
Dutch Language Training Centre |
|
Learning, Teaching, Assessment |