Next to focusing on the teaching aids ‘Naar Nederland’ we will practise:

 

 

· Pronunciation and vocabulary

· Repeating Dutch sentences

· Replying short questions in Dutch

· Most common Dutch antonyms (opposites)

· Summarising a story (in Dutch!)

 

All these subjects will be tested during the Civic Integration Exam at the Dutch Embassy.

 

With us, your pronunciation will be guaranteed perfect, your listening skills will be thoroughly trained and you will master 800 most common Dutch words as a solid basis.  Read more —>

Click on one of the links below for more info about:

 

Beginners Groups

Intermediate Classes

Private Lessons

Free Trial Lesson !

Catch-up sessions

MVV Training Sessions

Dutch Crash Course

MVV (Civic Integration Examination) Training Sessions.

 

If you plan to stay in Holland for more than three months, you need to apply for an ‘MVV’ (Long Term Visa).

Before you can apply, you first need to pass the Civic Integration Exam at the Dutch Embassy in Singapore.

 

· This oral examination (by way of a telephone connection with a speech-analyzing computer) is held fully in Dutch.

 

· To enable you to prepare yourself thoroughly, we provide intensive Civic Integration Examination Training Sessions, which are private lessons, consisting of:

· (1)  a professional speed course Dutch to boost your confidence (all necessary teaching aids to learn sufficient Dutch are provided by us), and

· (2)  a focused ‘hands-on’ memory training, based on the official teaching aids ‘Naar Nederland’ (Knowledge of Dutch Society’).

· Most of our students already bought ‘Naar Nederland’ prior to signing up for our MVV course.  However, students can also purchase this material directly from us*, if they have not been able to buy it beforehand. 

· This ‘Naar Nederland’ material comes with three ‘telephone access codes’, in order to try out three mock-exams over the phone, plus an online assessment. (For more details, please refer to the description at the end of this page)    

 

Total course duration: eight sessions of 2 hours each,

so a total of 16 hours to fully prepare yourself.

 

Cost: S$ 880/- for the total course.

(Full advance payment is required

at the start of your very first private lesson.)

 

In case you would like to purchase ‘Naar Nederland’ directly from us, a surcharge of S$ 170/- will be applicable for this set, which consists of :

 

 the picture book, DVD movie set (different languages) about history & daily life in Holland, an audio-cd with 100 spoken questions and answers  

 

* Please note that you are only entitled to purchase the above mentioned teaching aids directly from us in case you have signed up for our MVV course and made your advance payment of S$ 880/- in full.  Thank you!

Text Box: Please click here to return to Course Overview
Text Box: To view our availability for private lessons, please click here.

Many Dutch love ice skating

Information for Dutch partners of our course participants in Singapore:  the Civic Integration Exam has been made more difficult since 15 March 2008, but still all of the applicants, who have signed up for our MVV Course, have passed the exam with very good results: a score between 45 — 55 out of 80 points for the language test (current minimum requirement = 20 points), and 98% of our students reached a score of 100 out of 100 points for Knowledge of Dutch Society (current minimum requirement = 70 points).

 

Sinds 15 maart 2008 is de zak-/slaaggrens voor de Toets Gesproken Nederlands van het inburgeringsexamen in het buitenland én in Nederland verhoogd.

 

De verhoging is het directe gevolg van de resultaten van een onderzoek, dat de minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft laten uitvoeren op verzoek van de Tweede Kamer.

 

In het onderzoek, dat is uitgevoerd door het Research Center voor Examinering en Certificering (RCEC), is gekeken of het eerdere onderzoek door TNO naar de zak-/slaaggrens zorgvuldig is uitgevoerd en of de conclusie van TNO dat de zak-/slaaggrens van de Toets Gesproken Nederlands te laag is ingesteld, gerechtvaardigd is.

 

De resultaten van het RCEC-onderzoek tonen aan dat de zak-/slaaggrens inderdaad te laag is ingesteld, maar dat met de onderzoeksdata die TNO heeft gebruikt geen methodologisch verantwoordbare zak-/slaaggrens kan worden vastgesteld.

 

Het RCEC beveelt daarom aan om nader onderzoek te laten doen naar een nieuwe instelling van de zak-/slaaggrens en hiervoor gebruik te maken van praktijkdata die in de afgelopen anderhalf jaar zijn verzameld.

 

Tegelijkertijd werd aanbevolen om de zak-/slaaggrens tussentijds aan te passen, omdat deze nu te laag ligt.

 

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft op basis van de resultaten van het RCEC-onderzoek besloten om deze aanbeveling daadwerkelijk uit te voeren.

 

Omdat een definitieve zak-/slaaggrens nu nog niet kan worden vastgesteld (hiertoe is nader onderzoek nodig) heeft de minister inmiddels besloten tot een tussentijdse verhoging, waarbij de toets zodanig wordt aangepast dat deze iets boven de oude zak-/slaaggrens, maar niet te hoog ligt.

 

Overigens wordt het niveau van de toets met de bijstelling níet verhoogd; het blijft A1min voor het buitenland en A2 voor Nederland.

 

Doordat het professionele cursusmateriaal, dat wij hier in Singapore gebruiken, geheel is afgestemd op het bereiken van een taalniveau, dat iets boven niveau A1 ligt, heeft de verhoging geen enkel effect op het slagingspercentage van onze cursisten. 

 

Het is thans gebleken dat ook na de verhoging als vanouds 100% van onze cursisten slaagt voor de Toets Gesproken Nederlands (Civic Integration Exam).  Al onze studenten (tot dusverre ruim 60 participanten in totaal) zijn sinds de implementatie van het Basisexamen Inburgering in één keer geslaagd.

 

Uw buitenlandse partner kan het examen in Singapore na voltooiing van onze MVV-cursus derhalve vol vertrouwen tegemoetzien.

 

In april 2008 is overigens het rapport ‘Monitor Inburgeringexamen Buitenland’ gepubliceerd.  Een dergelijke monitoring wordt uitgevoerd door het IND Informatie- en Analysecentrum INDIAC.

 

 

U kunt hier klikken als u dit rapport (PDF) wilt lezen.  Het biedt zeer illustratieve, statistische conclusies.  

 

Matthieu Quere (BA), NT2 docent

(Nederlands als Tweede Taal)

Luister- en spreekvaardigheid

 

De inhoud van het examen

 

Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid omvat het reageren op opgaven en het beantwoorden van vragen waarmee wordt gemeten in hoeverre kandidaten in normaal tempo gesproken Nederlands kunnen verstaan en daar op een verstaanbare wijze en in een normaal conversatietempo op kunnen reageren.

 

Het examenonderdeel bevat in totaal 50 items. De items worden per soort opgave willekeurig geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende set items krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bestaat uit 5 delen.

 

1. Zinsrepetitie (deel 1)

 

De kandidaat hoort losse zinnen, gesproken in normaal spreektempo. De kandidaat moet de zinnen nazeggen. De zinnen variëren in lengte tussen 3 en 15 woorden. De zinnen worden aangeboden in een volgorde van oplopende moeilijkheidsgraad. Voorbeelden:

 

– Daar heb ik nog nooit van gehoord.

 

– Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.

 

 

Dit deel van het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bevat 12 opgaven waarvan 11 opgaven gescoord worden. De eerste opgave is een oefenopgave.

 

2. Korte vragen

 

De kandidaat hoort korte vragen, gesproken in een normaal spreektempo, en beantwoordt de vragen met een enkel woord of een kort zinnetje. De vragen betreffen basisinformatie, en veronderstellen géén specifieke kennis over de Nederlands cultuur, geschiedenis of andere thema’s.

 

Voorbeelden:

 

– Kun je rijst eten of drinken?

 

– Jan is ouder dan Piet. Wie is het jongst?

 

 

Dit deel van het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bevat 14 opgaven waarvan er 13 gescoord worden. De eerste opgave is een oefenopgave.

 

3. Zinsrepetitie (deel 2)

 

Dit onderdeel van het examen is gelijk aan het eerste deel: er worden 12 – nieuwe – zinnen aangeboden die herhaald moeten worden.

 

Dit deel van het examenonderdeel Luister- en spreekvaardigheid bevat 12 opgaven. Deze 12 opgaven worden alle automatisch gescoord.

 

4. Tegenstellingen

 

De kandidaat hoort een woord en reageert door een woord met een tegenovergestelde betekenis te noemen. Voorbeelden:

 

– Hoog – laag

 

– Niet – wel

 

 

Dit deel van het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bevat 10 opgaven waarvan er 9 gescoord worden. De eerste opgave is een oefenopgave.

 

5. Verhalen navertellen

 

De kandidaat hoort twee korte verhaaltjes, die in normaal spreektempo worden verteld. De kandidaat moet de verhaaltjes zo goed mogelijk navertellen. De verhaaltjes bevatten tussen de 2 en de 6 zinnen, en tussen de 30 en de 90 woorden.

 

Voorbeeld:

 

Fred reed naar huis. Hij was niet blij, want het gesprek met de laatste klant was niet zo goed verlopen. Fred had geen goede indruk op de klant gemaakt. Die zou vast niets van hem willen kopen. Toen hij de sleutel in het slot stak, besefte Fred dat hij ook nog zijn tas bij de klant had laten staan.

 

NB: De antwoorden van de kandidaat op dit laatste deel worden niet automatisch gescoord en hebben geen invloed op de score.  De opgaven worden beoordeeld door menselijke beoordelaars en gebruikt voor onderzoek naar de kwaliteit van de toets.

 

Dit deel van het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bevat 2 opgaven.

 

 

Duur van het examen

Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid duurt ongeveer 15 minuten.

 

De beoordeling van het examenwerk

De antwoorden van de kandidaten worden beoordeeld op de volgende aspecten:

 

– uitspraak

– vloeiendheid

– zinsbouw

– woordenschat.

 

 

De uitslag

De totaalscores van kandidaten voor het examenonderdeel Luister- en spreekvaardigheid worden gerelateerd aan het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Reference). Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid heeft een bereik van géén mondelinge beheersing van het Nederlands tot en met volledige mondelinge beheersing van het Nederlands. Dit verklaart de verschillen in moeilijkheidsgraad van de items. Om een ‘voldoende’ te behalen voor het basisexamen inburgering moet de kandidaat een score behalen die aantoont dat de kandidaat minimaal beheersingsniveau A1-min bereikt heeft. Beheersing van niveau A1-min betekent dat de kandidaat de volgende taalhandelingen kan verrichten:

 

Luisteren: De kandidaat kan een beperkt aantal vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die betrekking hebben op de directe, persoonlijke levenssfeer en op de allereerste levensbehoeften; en alleen in direct contact met Nederlandssprekenden die gewend zijn te converseren met anderstaligen, wanneer zij langzaam en duidelijk spreken.

 

Spreken: De kandidaat kan zich in een zeer beperkte mate uitdrukken, eigenlijk alleen met behulp van losse woorden en standaardformuleringen (‘Formulaic speech’), op een gering aantal terreinen die verband houden met de directe, persoonlijke levenssfeer.

 

De totaalscores op het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid kunnen variëren tussen 10 (geen beheersing) en 80 (beheersing op ‘native-speaker’-niveau).

 

De zak/slaaggrens voor het niveau A1 min was aanvankelijk vastgesteld op een minimumscore van 16, dus 20% van het totaal van 80 punten moest destijds worden behaald om te slagen voor het Basisexamen Inburgering. 

 

Thans is de minimumscore met 5% verhoogd: 20 van de 80 punten moet nu worden behaald om in aanmerking te komen voor een MVV. 

 

Daarmee ligt de zak/slaaggrens tegenwoordig op 25% van het totale aantal te behalen punten.  

 

 

Kennis van de Nederlandse samenleving

 

De inhoud van het examen

 

Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving bevat 30 vragen, behorende bij foto’s die geselecteerd zijn uit de film ‘Naar Nederland’. De vragen veronderstellen dat kandidaten kennis genomen hebben van de film ‘Naar Nederland’ (in de eigen taal of in het Nederlands). Voor het examen is rekening gehouden met een minimale mondelinge beheersing van het Nederlands (A1-min). Het examenonderdeel bevat 30 vragen uit een totale verzameling van 100 vragen.

 

Het examenprogramma is een uitwerking van de examenstof zoals omschreven in het advies over het niveau van het inburgeringsexamen in het buitenland van de Adviescommissie Normering Inburgeringseisen (Inburgering getoetst, februari 2004): kennis over Nederland, kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur, en voorbereiding op de komst naar Nederland. De examenstof bestaat uit de inhoud van de film ‘Naar Nederland’ en de 100 vragen en antwoorden daarbij.

 

Examencondities

 

Alle vragen uit de totale verzameling van 100 vragen zijn voor de kandidaten bekend via het informatiepakket. Met de film ‘Naar Nederland’, het fotoboek en de bijbehorende DVD (met daarop de langzaam uitgesproken vragen en antwoorden) kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen.

 

Tijdens het examen beantwoorden kandidaten 30 mondeling gestelde vragen. De vragen worden begeleid door een foto uit een examenfotoboekje, dat kandidaten bij afname van het examen verstrekt wordt. De volgorde van de vragen op het examen loopt parallel met die van de vragen uit het informatiepakket. Voorafgaand aan de 30 examenvragen horen de kandidaten twee oefenvragen.

 

Duur van het examen

Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving bestaat uit één deel en duurt ongeveer 15 minuten.

 

Inhoud van de vragen

De vragen hebben betrekking op de kernpunten uit de film ‘Naar Nederland’. Over zeven onderwerpen uit die film zal een kandidaat op het examen één vraag of meerdere vragen gesteld krijgen:

 

1. Nederland: geografie, vervoer en wonen:

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de bevolkingsdichtheid van Nederland, de wegen in Nederland, de vervoersmiddelen in Nederland, de woningen in Nederland.

 

2. Geschiedenis;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen.

 

3. Staatsinrichting, politiek en grondwet;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: democratie, de grondwet, het politieke stelsel, de belangrijkste grondrechten, rechten en verplichtingen, omgangregels.

 

4. De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: de Nederlandse Taal, lesmethoden, volwassenenonderwijs.

 

5. Opvoeding en onderwijs;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen.

 

6. Gezondheidszorg;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: verplichte ziektenkostenverzekering, huisarts en gespecialiseerde artsen, consultatiebureau.

 

7. Werk en inkomen;

 

In dit onderdeel komt onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, wanneer en waar moet je werk zoeken, in welke sectoren is er werk, regels sollicitatiegesprek in Nederland.

 

De film bevat tevens een achtste onderwerp om de kandidaten een indruk te geven hoe de afname van het examen op de ambassade in zijn werk gaat.

 

Over dit deel van de film worden geen vragen gesteld in het examen.

 

8. Hoe maak ik het examen op de ambassade?

 

In dit onderdeel komt onder meer de procedure op de ambassade aan bod.

 

 

Aard van de vragen

 

De kandidaat hoort korte vragen, gesproken in een langzaam spreektempo en beantwoordt de vragen met een enkel woord of enkele woorden.

 

Er worden drie soorten vragen gesteld:

 

1. Ja / nee vragen.

 

2. Open vragen met een gesloten, eenduidig antwoord.

 

3. Gesloten vragen met twee antwoordmogelijkheden.

 

 

Voorbeeldvragen

Voorbeeldvraag 1:

 

Is er in Nederland scheiding van kerk en staat?

 

Antwoord: Ja

 

Voorbeeldvraag 2:

 

U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag?

 

Antwoord: rood, wit, blauw.

 

Voorbeeldvraag 3:

 

U ziet een foto. Is dit Willem van Oranje of prinses Maxima?

 

Antwoord: Willem van Oranje

 

De beoordeling van het examenwerk

 

De antwoorden van de kandidaten worden beoordeeld op de overeenkomst van hun antwoord met een goed antwoord op de vraag. Uitspraak en vlotheid van spreken spelen bij het beantwoorden geen rol.

 

De uitslag

 

De uitslag voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse samenleving geeft het percentage van de totale itembank dat de kandidaat correct kan beantwoorden, en kan variëren van 0 tot 100.

 

De zak/slaaggrens voor dit onderdeel KNS (Kennis van de Nederlandse Samenleving) wordt vastgesteld op het minimumpercentage van 70% goed.

 

Conclusie: uw partner komt in aanmerking voor een MVV wanneer zij (/hij) tenminste 25% van de totaalscore van 80 punten heeft behaald met betrekking tot de (gesproken) Nederlandse taaltest, plus 70% van de vragen over de Nederlandse samenleving correct heeft beantwoord.

 

Wij wensen uw partner veel succes met alle noodzakelijke voorbereidingen.

 

Matthieu Quere (BA)

NT2 docent

(Nederlands als Tweede Taal)